| Kleurmuizen |
|
|
|
|
De voorouders van de kleurmuizen zijn gewone huismuizen zoals wij die tegenwoordig tegenkomen in stallen, schuren en in huis. Het wezenlijke verschil tussen de huismuis en de kleurmuis zijn de kleur, lichaamsbouw en vaak ook het gedrag. Steeds weer is er door de mens geselecteerd op kleur en lichaamsbouw dat (ook door invloeden van buitenaf) de kleurmuis in verschillende opzichten is gaan afwijken van zijn ‘wilde’ broertjes en zusjes. Het fokken van kleurmuizen is niet nieuw. Er zijn geschriften in Japan en Griekenland gevonden waarop het fokpatroon van de kleurmuizen staat vermeld. Deze opschriften komen uit 1100 voor Christus. De kleurmuis is vroeger (ruim voor onze jaartelling) vereert door de Grieken en Egyptenaren. De Grieken hadden zelfs tempels vol witte kleurmuizen die onderhouden werden door het rijk. De Egyptenaren hielden de muizen voor hun bovennatuurlijke gaven, zij zouden kunnen helpen bij het doen van voorspellingen. Wat minder ver terug in de tijd (zo midden 19de eeuw) begonnen echte liefhebbers in Engeland serieus te fokken met kleurmuizen op specifieke kleuren en kleurpatronen. Vreemd genoeg kwamen deze muizen niet uit Griekenland, maar werden ze door Portugese zeevaarders meegenomen uit Japan. Eind 19de eeuw werd de eerste vereniging die zich bezighield met het fokken, tentoonstellen en keuren van kleurmuizen opgericht; The National Mouse Club (NMC). Vandaag de dag worden er over de hele wereld kleurmuizen in laboratoria gehouden, maar gelukkig vinden ook veel kleurmuizen een plekje als huisdier, omdat het leuke, interessante en eenvoudig te verzorgen kleine knagers zijn. Kleurmuizen zijn goede klimmers en springers; bovendien zijn ze klein genoeg om door de kleinste gaatjes te wringen. Huisvesting kan het beste in een aquarium of terrarium plaats vinden. De bak moet dan wel vaker worden schoon gemaakt, omdat de sterke urine geur van de kleurmuizen niet weg kan, er is geen ventilatie. Pas wel op dat de bak niet op de tocht staat, dit heeft de dood van de kleurmuizen als gevolg, maar zorg wel voor voldoende ventilatie. Van het volle zonlicht houden kleurmuizen niet en in zo’n glazen bak loopt de temperatuur hoog op. Zorg dus altijd voor een schuilplaats. Naast klimmers en springers zijn ze dol op graven. Zorg dus voor een flinke laag (± 7 cm) bodembedekking. Kleurmuizen zijn alleseters. Zij eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Bijna elk knaagdierenvoer merk voldoet in het algemeen wel, al zullen de kleurmuizen wat aanvulling zoals verse groenten en fruit en wat dierlijk eiwit zoals een klein stukje hard gekookt ei, beslist waarderen. Overvoer kleurmuizen niet met groenvoer, hiervan kunnen ze darmproblemen krijgen. Vet voedsel zoals pinda’s en zonnebloempitten eten ze graag, maar geef ze dit met mate. Een takje wilgenhout of een minerale blok vinden ze prachtig en op deze manier voldoet hun eten ook aan hun knaagbehoefte. Verder is het beslist noodzakelijk dat er genoeg hooi en vers water in de kooi is. De kleurmuis is een actief, ondernemend en vooral ook erg nieuwsgierig diertje. Verder zijn ze zeer sociaal en worden ze bij voorkeur per twee of meer gehouden. Zo’n actief diertje vraagt om speeltjes. Deze speeltjes kunnen wc-rollen, keukenrollen, kleine kartonnen doosjes, klimtouw, boomstammetjes, steentjes, kleine bloempotjes van steen en/of een dichte molen (in verband met de staart) zijn. Keuze genoeg voor zo’n klein diertje. Met ieder week iets nieuws in de kooi, zijn de muizen beslist actiever en voelen ze zich prettiger. Het is een genot om ze in huis te hebben en om daar naar te kijken. Enkele gegevens over de kleurmuis (Mus musculus)
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|



